Iedereen kan presenteren

GITP |

O jee een presentatie… Dat betekent veel informatie op veel slides met veel bullets. En wat als iemand een kritische vraag stelt? Denk jij net als veel anderen op deze manier over presentaties? Geen wonder dat je daar zenuwachtig van wordt. 

Auteur: Annefloor Klep

 

Communiceren en overtuigingskracht zijn de twee belangrijkste competenties voor presenteren. Toevallig zijn dat twee goed ontwikkelbare competenties. Dus iedereen kan presenteren. De grap van een goede presentatie is dat je jezelf bent en in gesprek gaat met je publiek. 

Het hele verhaal op je schouders
Veel mensen zijn vooral zenuwachtig voor een presentatie omdat ze het idee hebben dat het hele verhaal om hun schouders rust, dat zij het hele verhaal moeten dragen. Wanneer je tijdens een presentatie in gesprek gaat met je publiek krijg je tweerichtingsverkeer. Dan wordt de presentatie van jou en het publiek samen. Dat scheelt een hoop druk.

Nadenken over de inhoud
Wanneer je tijdens je voorbereiding nadenkt over de inhoud van je presentatie, stel jezelf dan de volgende 3 vragen:

1. Voor wie ga ik presenteren?
Wie is mijn doelgroep? Zijn het officemanagers of MT-leden? Wat zijn hun normen en waarden? Wat weten ze al van het onderwerp? Zo kun je de toon, stijl en inhoud aanpassen aan je publiek

2. Wat is het doel van de presentatie?
Wat wil ik hebben bereikt aan het eind van mijn presentatie? Als het alleen maar gaat om informatieoverdracht, kun je net zo goed een mail sturen. Het moet meer zijn dan dat. Je wilt met een presentatie je publiek ergens van overtuigen, mensen in beweging zetten. Door aan het begin je publiek te vertellen wat het doel is van je presentatie, zet je ze gelijk in de juiste stand.

3. Wat is mijn kernboodschap?
De kernboodschap is verbonden met het doel dat je wilt bereiken, en is een belangrijke houvast tijdens je presentatie. Het publiek, over het algemeen lui en niet snel van begrip, – denk maar eens aan hoe jezelf tijdens een presentatie zit te luisteren – vindt het zelfs fijn als je de kernboodschap een paar keer herhaalt.

Variatie in vorm
Gebruik in plaats van bullets met tekst, foto’s, beelden en korte filmpjes. Welke metafoor past bij datgene jij wilt vertellen? Begin je verhaal met een anekdote. Betrek de actualiteit. Het mag allemaal! Door variatie in hoe jij je boodschap aan het publiek brengt, speel je in op meerdere zintuigen, waardoor je boodschap beter blijft hangen.

‘Ik ben de expert’
Heel veel mensen hebben de neiging zich voor een presentatie op te blazen: ‘Ik ben de expert. Ik moet alles weten. Als er een vraag komt negeer ik die gewoon.’ Op deze manier wordt interactie met het publiek wel erg moeilijk. Waarom zou je, als er een vraag komt waarop je het antwoord niet weet, niet gewoon kunnen zeggen dat je het niet weet. Dat komt veel authentieker en sterker over. Onderzoek je gedachten eens over het publiek en over jezelf.

  • Denk jij dat het publiek er alleen zit om jou onderuit te halen?
  • Denk jij dat het publiek vragen gaat stellen waar jij het antwoord vast niet op weet?
  • Vind jij dat je alles moet weten over een onderwerp om er een goede presentatie over te kunnen houden?

Van dit soort gedachten breekt bij iedereen het zweet uit. Daag je gedachten uit en vervang ze door helpende gedachten, zoals:

  • Ze hebben me niet voor niets gevraagd.
  • Ik heb me goed voorbereid, ik weet wat ik moet weten.
  • Ze zijn geïnteresseerd in wat ik te vertellen heb.

En, als er toch iemand in je publiek voor de aanval kiest, ga dan niet in de verdediging.. Er zit meestal een zorg achter, die niets met jou te maken heeft. Ga erop in en probeer de zorg boven tafel te krijgen.

Een brug slaan
Overtuigen en communiceren, de twee belangrijkste competenties van presenteren, laat je zien als je in gesprek gaat met je publiek; als het publiek door jouw verhaal heen mag komen. Begin je presentatie bijvoorbeeld met een vraag of een stelling. Wie is het hiermee eens? Wie niet? Of bijvoorbeeld: ‘Wie van jullie is met de auto gekomen?’, als het onderwerp van je presentatie over mobiliteit gaat. Wanneer halverwege je presentatie steeds meer mobieltjes tevoorschijn komen, wordt het tijd voor vragen als ‘Ben ik nog te volgen? Is het niet meer interessant wat ik te vertellen heb?’ Dat doe je tenslotte ook in een gesprek met je vrienden. Laat het idee dat een presentatie pas goed is als je met veel ‘gelikte’ slides komt, dus los. De kern van een goede presentatie is dat je met de inhoud, interactie en houding een brug weet te slaan tussen jou en je publiek. Dus niet tegen ze praat, maar met ze praat. Dan ontstaat een presentatie waar zowel je publiek als jij plezier aan beleeft met als resultaat minder zenuwen voor jou en meer impact bij je publiek!

Over Annefloor Klep
Annefloor Klep is trainer/adviseur bij de adviesgroep Organisatieontwikkeling en Training van GITP. Ze begeleidt individuen en teams op het gebied van communicatie en samenwerking en is trainer van de GITP trainingen Profileren en Presenteren. De belangrijkste leerdoelen van deelnemers aan deze training zijn:

  • met meer rust presenteren
  • het publiek beïnvloeden en mee krijgen
  • inzicht in hoe ik overkom
  • structuur, opbouw en inhoud van een presentatie
  • omgaan met negatieve reacties uit het publiek

 

Geef uw reactie op "Iedereen kan presenteren" geschreven door GITP