Blended learning: dé sleutel tot gedragsverandering

GITP |

Een training of ontwikkeltraject heeft als doel gedragsverandering te realiseren. Best ambitieus als je je bedenkt dat mensen gewoontedieren zijn. Wat maakt nu dat een deelnemer van een training zich realiseert: ‘Ja. Morgen ga ik het echt anders doen’?

Auteur: Wouter Willemsen

Blended learning: dicht tegen de werkpraktijk

Een vaardigheid leren en direct toepassen, lukt het beste wanneer de gebruikte leervormen aansluiten bij de nieuwste onderwijskundige inzichten en dicht tegen de werkpraktijk van de deelnemer aan zitten. Ontwikkeltrajecten en trainingen volgens het blended learning principe doen dat. Dit soort trajecten bieden de ideale mix van online, klassikaal en informeel leren in een traject dat onderdeel uitmaakt van de werkpraktijk van de deelnemer.


Online vertaling van onderwijskundige inzichten
Uiteraard kent elke nieuwe vaardigheid zijn specifieke oefeningen en theorie om haar onder de knie te krijgen. Maar voor een effectieve en efficiënte kennisoverdracht moet de manier waarop de oefeningen en theorie worden aangeboden, wel onderwijskundig verantwoord zijn. Het mooie is dat de nieuwste onderwijskundige inzichten, dankzij de huidige digitale mogelijkheden, heel goed in een ontwikkeltraject zijn in te passen.

  • Een haakje in het brein
    Door voor de eerste klassikale bijeenkomst van de training deelnemers de gelegenheid te geven kennis op te nemen op een manier die bij hun individuele leervoorkeur past, maken ze als het ware een haakje in hun brein (elaboratie). De denkbeeldige haakjes zorgen voor een beeld en een kritische houding ten opzichte van het trainingsprogramma dat nog komt. Juist die kritische houding draagt bij aan de leerperformance tijdens de classroomsessies.
  • In de steigers zetten
    In het begin van de training wordt de leerstof als het ware in de steigers (scaffolding) gezet, om later in het leertraject de steigers weer af te breken op het moment dat de deelnemer klaar is voor zelfstandige uitvoering van zijn taak. In blended learning trajecten wordt dit vormgegeven met tools waarmee de deelnemer zelf kan oefenen en feedback kan vragen. Bijvoorbeeld de webcam. Daarmee kan de deelnemer zelf bepalen hoeveel keer hij oefent voordat hij de opgenomen versie voor feedback naar collega-deelnemers en de trainer stuurt. De opdrachten worden naarmate het programma vordert steeds spannender en moeilijker, maar op het moment dat de deelnemer hulp nodig heeft, is die hulp online bereikbaar is.
  • Informeel leren: werkplek leren
    Leren is werken en werken en leren. Dit is inmiddels volledig ingeburgerd en bewezen effectief. In blended learning trainingen en trajecten wordt deze leervorm daarom steeds belangrijker. Het werkt heel goed om mensen die in hetzelfde schuitje zitten, met elkaar ervaringen te laten uitwisselen en elkaar feedback te geven. Ook deze leervorm hoeft tegenwoordig niet meer alleen in de classroom plaats te vinden. Videotraining kost weinig tijd van de trainer, kan thuis, in de eigen tijd en deelnemers kunnen net zo vaak experimenteren als ze zelf willen en aan hun mede-deelnemers feedback vragen. In een klassieke training is daar doorgaans geen tijd voor.

Aansluiting bij de werkpraktijk
Het grote voordeel van online leervormen voor theorie en het intrainen van vaardigheden is dat de klassikale bijeenkomsten optimaal benut kunnen worden voor het levensecht oefenen van vaardigheden en houding. Bijvoorbeeld met persoonlijke praktijkcases in een rollenspel en instant feedback van de trainer en mede-deelnemers. De klassikale bijeenkomsten van een training sluiten op die manier perfect aan bij de werkpraktijk van de deelnemer, de andere belangrijke voorwaarde voor gedragsverandering waaraan in een blended learning traject wordt voldaan. Acht factoren zijn daarin bepalend:

  1. Een kick-off met een test waarin de ontwikkelpunten van de deelnemer naar voren komen.
  2. Betrokkenheid van de manager en de organisatie (organisatiecontext)
  3. Meerdere korte interventies tussen de klassikale bijeenkomsten (blended aanpak)
  4. Een keuzemenu met verplichte en facultatieve onderdelen zodat elke deelnemer zijn eigen leerprogramma kan samenstellen op basis van zijn leervoorkeur
  5. De werkpraktijk van de deelnemer is een essentieel onderdeel van het programma (Action Learning)
  6. Learner Engagement: Zorg ervoor dat deelnemers gemotiveerd zijn en blijven!
  7. Sociaal leren. Samen leer je meer dan alleen. Zorg ervoor dat deelnemers ook samen aan opdrachten werken.
  8. Een afsluiting met een uitdagende bekwaamheidsproef met management, die de ROI voor de organisatie onderstreept.


Integratie van een stukje nieuw ‘gedrags-DNA’
Trainingsinterventies die aansluiten bij de werkpraktijk van een deelnemer in combinatie met een manager die de deelnemer stimuleert en faciliteert het geleerde ook daadwerkelijk toe te passen, zorgen ervoor dat het nieuw stukje ‘gedrags-DNA’ efficiënt en effectief wordt overgebracht en integreert. Met als resultaat dat de deelnemer het inderdaad morgen anders gaat doen en als het opleidingsprogramma afgerond is blijft doen!

 

Over Wouter Willemsen
Wouter Willemsen is onderwijskundige en werkzaam als adviseur bij GITP. Echte gedragsverandering is zijn doel. Elementen uit leertheorieën die Wouter hoog in het vaandel heeft staan zijn: 70:20:10, Sociaal leren, Learner Engagement, elaboratie, Scaffolding en Gamification, De Ebbinghause forgettingcurve geeft zijn inziens goed aan waar de meerwaarde van blended learning trajecten.


 

Geef uw reactie op "Blended learning: dé sleutel tot gedragsverandering" geschreven door GITP