Blended learning: 5 tips om bij de les te blijven

GITP |

Blended learning mag dan wel de meest effectieve manier van leren zijn, als deelnemers ‘vergeten’ om naar de online leeromgeving te gaan of tussentijds niet aan hun opdrachten werken, gaat het effect verloren. Hoe motiveer je ze om bij de les te blijven? 5 tips om de betrokkenheid en motivatie bij Blended learning te verhogen.

Door: Linda Oranje

Je kent het zelf vast ook wel: vlak na een uitdagende trainingsbijeenkomst met interessante deelnemers ben je super gemotiveerd. Je kan niet wachten om de geleerde vaardigheden in je eigen praktijk toe te passen. Maar eenmaal op je werk, word je geabsorbeerd door de waan van de dag. Die praktijkopdracht op de online leeromgeving komt later wel…

Houd deelnemers actief met interventies
Door learner engagement interventies toe te voegen aan een blended ontwikkeltraject, is de kans dat je de volgende dag wél inlogt op de online leeromgeving en een start maakt met je praktijkopdracht veel groter. Learner engagement is  ‘de mate waarin een individu aangemoedigd wordt om deel te nemen aan een activiteit van een gemeenschap’. In geval van Blended learning richt learner engagement zich op de motivatie om deel te nemen aan een leertraject en die ook vast te houden, zowel offline als online. Motivatie is een cruciaal aspect van engagement, omdat het de kracht en richting van gedrag bepaalt. De learner engagement interventies doen een beroep op de 5 basisbehoeften van motivatie. Hoe hoger de motivatie, hoe actiever de deelnemers worden.

De basisbehoeften zijn:

  • Intrinsieke motivatie
    • verwantschap: samen leren, in een groep of in duo’s
    • autonomie: de vrijheid om zelf te kiezen wat, hoe of wanneer je leert
    • competentie: uitdagende leerstof, niet te moeilijk, niet te makkelijk
  • Extrinsieke motivatie
    • beloning: fysiek of mentaal beloond worden
    • competitie: jezelf kunnen vergelijken met hoe anderen het doen

5 tips om de learner engagement te verhogen
Aangezien ieder mens deze behoeften in een bepaalde mate heeft, kun je daar in een ontwikkeltraject goed op inspelen. Voor elke basisbehoefte zijn er in de praktijk bewezen interventies beschikbaar:

  1. Verwantschap: videotraining in groepsverband
    Geef een videotraining in de vorm van een opdracht waarin deelnemers elkaar in groepjes feedback geven. Deelnemers gaan sneller naar de videotraining op de leeromgeving, omdat ze zich niet alleen verantwoordelijk voelen voor hun eigen ontwikkeling, maar ook voor die van anderen. Eenmaal gestart komen ze erachter dat ze veel hebben aan de feedback (beloning) van hun mededeelnemers, wat hen nog eens extra motiveert.
  1. Autonomie: keuzevrijheid in trainingsdesign
    Geef deelnemers bij een verplicht leerdoel de vrijheid om de leermethode te kiezen die aansluit op hun leervoorkeur. De een leert het beste door te oefenen met videotraining en rollenspellen. De ander leert vooral van een best practice en door mee te lopen met een ervaren collega. Een derde leert het beste door kennis te verwerven via een artikel of boek. Alle drie komen uit op hetzelfde leerresultaat, maar via verschillende leerpaden die bij hun manier van leren passen.
  1. Competentie: een casus uitwerken
    Begin het ontwikkeltraject met het gezamenlijk uitwerken van een casus, waarbij veel begeleiding en feedback wordt gegeven. Eindig juist met een opdracht waarin deelnemers zelfstandig een casus uitwerken. Een voorbeeld: bij een training over feedback geven wordt op de eerste trainingsdag een relatief makkelijke casus besproken. Vervolgens gaan deelnemers thuis aan de slag met videotraining. Van een eerste oefening met autocue, naar het volledig zelf bedenken van de tekst. De volgende trainingsdag neemt iedere deelnemer een casus uit de eigen praktijk mee om met een trainingsacteur te oefenen. Tot slot is de eindopdracht écht feedback geven aan een collega.
  1. Beloning: feedback van de trainer
    Zorg dat de trainer binnen 24 uur feedback geeft op een actie van een deelnemer op de online leeromgeving. Of laat de trainer op de face-to-face bijeenkomst eerst stilstaan bij wat deelnemers online hebben gedaan. Op die manier is er aandacht voor de tijd en energie die deelnemers al in het leren hebben gestoken én ontstaat er een verbinding tussen online en offline leren. Met deze interventies triggert de trainer de extrinsieke motivatie van de deelnemer: hij krijgt er iets voor terug, er is oog voor zijn input en hij heeft er ook nog wat aan.
  1. Competitie: een puntensysteem met een prijs
    Maak een systeem waarbij deelnemers punten krijgen voor hun acties op de online leeromgeving en gebruik een leaderboard om de tussenstand inzichtelijk te maken. Zorg dat deze acties inspelen op een van de basisbehoeften van intrinsieke motivatie. Neem verwantschap: deelnemers kunnen een mededeelnemer nomineren die tijdens de klassikale bijeenkomst het best was op een bepaalde competentie. De beste 3 deelnemers winnen bijvoorbeeld een boek over het trainingsonderwerp of een half uur coaching.

 

Meer weten over Blended learning?

Over Linda Oranje
Linda Oranje is onderwijskundige en werkt als Programmamanager Blended learning bij GITP, waar ze blended leertrajecten ontwerpt die écht zorgen voor leren, ontwikkelen en blijvende gedragsverandering. Ze heeft onderzoek gedaan naar Learner engagement en is voortdurend op zoek naar educatieve innovaties die hierop aansluiten.


 

Geef uw reactie op "Blended learning: 5 tips om bij de les te blijven" geschreven door GITP