Creatieve relatie tussen toezichtshouders en OR leidt tot meerwaarde driehoek

GITP |

Al sinds de inwerkingtreding van de structuurregeling begin jaren ‘70, is er debat over de betekenis van ‘de driehoek’: de verhoudingen tussen bestuur, intern toezicht en medezeggenschap. Wordt het zo langzamerhand niet eens tijd voor een betere benutting van de driehoek? Dat is in het belang van de werknemers, maar ook – en niet in de laatste plaats – in het belang van de toezichthouders.

Door: Rienk Goodijk

Juist de RvC en de RvT zouden hun voordeel kunnen doen met de input van bijvoorbeeld de OR. Van toezichthouders wordt tegenwoordig immers verwacht dat ze, naast de informatie van de bestuurder, zelf signalen uit de organisatie opvangen en actief op zoek gaan naar additionele informatie. Daarbij past overigens wel de wijsheid om niet in een verkeerde rol terecht te komen. Actief – en passend bij de eigen rol – participeren in de driehoek kan de Rvc/RvT dichter bij de besturing van de organisatie brengen. En dat is precies wat er wordt aanbevolen in de rapporten over de lessons learned naar aanleiding van de eerdere debacles in het semipublieke domein.

 

Toegevoegde waarde blijft onduidelijk
Tot nu toe komt de onderlinge interactie tussen RvC/RvT en OR en bijvoorbeeld de CR nog niet echt tot ontwikkeling en is de toegevoegde waarde  van de driehoek voor toezichtorganen en ondernemingsraden vooralsnog onduidelijk. Dit ondanks dat in vooral grote ondernemingen practices zijn ontstaan waarvan veel geleerd kan worden.

 

Regels bieden geen garantie
Regels als de structuurwetgeving, de WOR en cao-bepalingen over OR-bevoegdheden bieden nu al ruim 40 jaar onvoldoende garantie voor de ontwikkeling van een goed functionerende driehoek in de praktijk. Ook de bepaling in de governancecode dat de RvC de omgang met de OR expliciet in zijn reglement moet vastleggen, heeft tot nu toe niet tot een intensievere onderlinge relatie geleid.

 

Nieuw initiatief bij de SER
Misschien moeten we daarom af van de gedachte dat er iets ‘moet’. Dan komt er wellicht meer ruimte voor focus op de toegevoegde waarde van de verbinding. Zo is afgelopen jaren binnen het verband van de SER het initiatief ontstaan om ‘governance’ en ‘medezeggenschap’ op een nieuwe, innovatieve manier met elkaar te verbinden. Het zou aardig zijn als dit initiatief leidt tot een aantal toezichthouders, bestuurders en medezeggenschappers die zich als ‘ambassadeurs’ willen inzetten voor de meerwaarde van de driehoek.

 

Het is tijd voor een doorbraak
Na al het geploeter in de afgelopen decennia is het tijd voor een fundamentele en echt innovatieve doorbraak. Daarbij dient dan vooral gekeken te worden naar de mogelijkheden die daadwerkelijk iets voor de betrokken partijen opleveren. De volgende stap zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat de relatie tussen de RvC/RvT en de OR tot een daadwerkelijke verbetering van de kwaliteit van het toezicht leidt. Dat vraagt wel om een creatieve invulling van die relatie.

 

Themabijeenkomsten op basis van gezamenlijke interesses
Bij een overlegvergadering zitten omdat het moet, heeft weinig toegevoegde waarde. Informatieve contacten tussendoor kunnen al meer resultaten opleveren. Gezamenlijke themabijeenkomsten op basis van een voor alle partijen interessante agenda, kunnen tot echte meerwaarde leiden, zoals meer inzicht in en begrip voor elkaars opvattingen en afwegingen, kwalitatief betere beslissingen met mogelijk meer draagvlak en groeiend onderling vertrouwen. Dan kan met recht gesproken worden van een ‘gulden’ driehoek.

 

Over Rienk Goodijk

Prof. dr. ir. R. (Rienk) Goodijk (1956) houdt zich als senior consultant binnen GITP Bestuur en Toezicht op dit moment vooral bezig met onderzoek en advieswerk op het gebied van governance in het (semi)publieke domein: bestuursmodellen, verhouding bestuur en intern toezicht en relaties met stakeholders


 

Geef uw reactie op "Creatieve relatie tussen toezichtshouders en OR leidt tot meerwaarde driehoek" geschreven door GITP